Hillary Mantel

Hillary Mantel hield de Van der Leeuw-lezing in de Martinikerk in Groningen en ik was erbij dankzij mijn vriend Douwe Draaisme die voorzitter is van de stichting die deze lezingen organiseert. Hij en de andere mensen van deze stichting zijn er in geslaagd om elk jaar echt heel belangwekkende sprekers te verleiden om naar Groningen te komen. Gister was dat Hillary Mantel en ik beken maar meteen: ik had nog geen enkel door haar geschreven boek gelezen terwijl zij toch een van de grootste levende schrijvers in de Engelse taal is en dat zegt veel want het Engels is ook in de literatuur een toonaangevende wereldtaal. Haar lezing maakte veel indruk op mij en ik heb in de pauze meteen twee van haar boeken gekocht en er na afloop zelfs een handtekening van haar in gevraagd (en gekregen). Nou, dat doe ik niet gauw; zo’n gunst vragen… Maar haar lezing maakte op mij zo veel indruk doordat, ondanks dat er flarden van haar woorden verloren gingen door de krakkemikkige geluidsversterking in de bomvolle Martinikerk, ik zo veel herkenning vond in wat zij zei. Alweer een! dacht ik en ik bedoelde alweer een schrijver, een kunstenaar, die het publiek een blik gunt op wat achter de coulissen van zijn/haar kunstenaarschap verborgen is, de herinneringen aan een traumatische kindertijd. Als een ongeordende verzameling rekwisieten, een verkleedkist erbij, allemaal herinneringen die emoties opwekken en zich door de creativiteit van de geest laten vertalen in kunst: verhalen, afbeeldingen, muziek. Ze deed mij denken aan Griet Opdebeeck die de moed opbracht om in een televisieprogramma iets te vertellen over wat daar in haar herinneringen lag opgesloten en daarvoor ongenadig werd afgestraft door de betweters en angsthazen die bang zijn voor de spoken van het verleden. De welbespraakte Hillary Mantel zal zo’n lot niet treffen, hoop ik. Zij is groter dan Griet Opdebeeck en zo vaak bekroond als schrijfster dat wat zij zegt over haar voorraad aan hernneringen en haar creativiteit mij vrij onomstreden lijkt. En dat maakt mij blij omdat het immers weer een bevestiging is van wat ik zelf heb ervaren. En daarom was haar rede een stevige steun in de rug voor mijn ontkiemnd schrijverschap. Ik ga haar een bedankbrief schrijven.
O ja, lees na in de Vokskrant van 17 november 2018 wat Hillary Mantel zei, en dan vooral dit
dat ik geknipt heb uit de lezing van Hillary Mantel:

Timing is alles. De beroepsmatige schrijver die ervoor gaat zitten om een autobiografisch verhaal te schrijven, weet zich beschermd. De conventies van het genre maken het veilig – tot op zekere hoogte. Als romanschrijver behoud je een zekere afstand tot je werk. Het komt wel uit jou voort, maar het moet autonoom blijven. En wanneer je over je eigen leven schrijft, hou je je aan die gewoonte. Je vraagt jezelf niet steeds af ‘In hoeverre is dit mijn verhaal?’ Maar ‘In hoeverre is dit het verhaal van iedereen?’ Je probeert in zo’n tekst niet de lijn van het zelf te volgen, maar de lijn van de kunst. Het gaat er niet om jezelf beter te voelen, maar dat je een goed boek maakt. Er wordt vaak gezegd dat schrijvers meedogenloos zijn voor de mensen om hen heen, maar ze moeten toch vooral meedogenloos zijn voor zichzelf. Zij zijn het terrein waarop de strijd wordt uitgevochten: het verlangen naar zelfonthulling strijdt altijd tegen de noodzaak om zwakte te verhullen; de noodzaak om te onthullen conflicteert met de noodzaak om te verbergen.
Ik had nooit nagedacht over het schrijven van iets autobiografisch, tot ik dat aan het doen was. Het begon met een lijst van spullen in een huis dat we gingen verkopen. Ik wilde al die spullen gedenken door er een lijst van te maken, maar ze gingen zichzelf rangschikken tot een verhaal. Eerst voelde het als een poging om in het reine te komen met de dood van mijn stiefvader. Maar eigenlijk kon ik nauwelijks over mijn stiefvader schrijven. Ik kon alles schrijven over mijn echte vader die was weggegaan toen ik 10 was. Maar over mijn tienerjaren kon ik niet schrijven. Niet omdat dat pijnlijk was, want dat was het. Het was meer dat ik het gevoel had dat dat verhaal nog niet af was. Ik had er nog geen overzicht over. Ik zat er nog in, ook al was ik de 50 al gepasseerd. Het voelde alsof die jaren nog niet gebeurd waren – alsof ze nog steeds in gang waren – want ze moesten zich nog steeds aan mij als schrijver openbaren. Ik was er nog niet klaar voor. Wanneer zou ik dat wel zijn? Misschien wel nooit. Je moet op een zeker punt komen als je een verhaal goed wilt vertellen, maar dat punt kun je snel voorbijschieten. Misschien hoef ik niet meer alles over die jaren te weten, omdat er andere dingen zijn die ik moet weten.

 

 

 

Ik heb twee dingen geleerd. Het ene is dat het geheugen zich lastig laat sturen. Je kunt het niet vervalsen. Je kunt het niet opsparen als geld op de bank, als appeltje voor de dorst.

Fysiek opgeslagen 

Vroeger dacht men dat het navertellen van een gebeurtenis therapeutische waarde had en dat overlevenden van een ramp het verhaal steeds opnieuw moesten vertellen totdat het op de een of andere manier uit hun systeem weg was. Tegenwoordig beseffen we dat iemand die in shock is en de belevenis opnieuw oproept zich meer kan herinneren dan de bedoeling was en dat die ervaring overweldigend kan zijn. Herinneringen aan vernedering en angst liggen fysiek opgeslagen en zelfs de meest geharde, fantasieloze persoon kan een volledige lichamelijke herbeleving krijgen wanneer een latere noodsituatie die eerdere gebeurtenissen weer oproept. De herinnering kan een luxe zijn die het lichaam zich niet kan veroorloven. We worden er gek of ziek van.We zitten allemaal, als individu en als samenleving, in dezelfde spanning van het proberen te herinneren en daar niet in slagen, zoeken naar evenwicht tussen onze behoefte ons dingen te herinneren en de noodzaak om ze te vergeten. Als individu gaan we soms het verkennen van ons verleden uit de weg uit angst om het te begrijpen. Als we onszelf begrijpen, gaan we misschien ook de mensen die we gekend hebben begrijpen. En moeten we ze dan vergeven?

Erkennen van de schade

Het idee van vergeving heeft me lang dwarsgezeten. Ik kon bij mezelf maar weinig van die christelijke neiging bespeuren. Ik was dan ook opgelucht toen ik de psycholoog Alice Miller las. Volgens haar is vergeving een moreel concept dat geen betekenis heeft voor het lichaam, waaruit onze emoties voortkomen en waarin ze beklijven. Als individu en als samenleving hoeven we machtsmisbruik niet te vergeven. We moeten dat overleven en ervan leren, en het morele zit hem niet in het vergeven maar in het erkennen van de schade en beloven om die schade niet weer toe te brengen. Dat is nog eens een krachtige aanzet om ons geheugen te verbeteren. Als we geen goede ouders hebben, blijven we proberen ze zo te maken, zelfs na hun dood. Zolang we dat doen, leven ze in ons voort. Maar als we dat doen, kunnen we dan wel echt volwassen worden?

Fantastisch goed gezegd Hillary! Dapper en een sterk lesje voor de mensen die beter weten en die een “waarheid vaststellen” belangrijker achten dan te leren van ervaring.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.